ACHTERGRONDEN‎ > ‎

Heiderijk

“Nederlandse natuur”


 

In de discussie rond Heiderijk komt nogal eens naar voren dat de heide een niet natuurlijk landschap zou zijn. Het bos dat voor de kap moet wijken wordt daarentegen aangeprezen als echte (Nederlandse) natuur. Daarover valt nog wel wat meer te zeggen.

 

Heide is in Nederland bekend door een aantal grote heidevelden. Een aantal bekende gebieden zijn de Posbank (bij Velp), de Ginkelse heide (bij Ede) en de Kampina (bij Boxtel). Deze uitgestrekte heidevelden zijn resultaat van mensenwerk. Ze zijn ontstaan door overbegrazing en plaggen. De heide is echter niet uit de lucht komen vallen. Heide hoort bij de Nederlandse oernatuur, zij het dat in die oernatuur de heide op kleinere schaal voorkwam. De heide zelf is niet ontstaan door mensen, wel de enorme uitbreiding in de vorige eeuwen.

 

Mondiaal gezien komen natuurlijke heidegebieden niet veel voor. Ze komt met name voor in Noordwest Europa. Dat komt bijvoorbeeld omdat heide alleen groeit in een gematigd klimaat. Nederland is een van de belangrijkste landen waar heide van nature voorkomt. Dat schept ook de verplichting om deze biotoop, met de bijbehorende soorten, juist hier te beschermen. Zoals wij van anderen vragen ook hun bijzondere natuur te beschermen.

 

In het gebied ten zuidoosten van Nijmegen is de heide onder andere verdrongen door het aanplanten van exoten, zoals diverse naaldboomsoorten en de Amerikaanse Eik (zie afbeelding). Zoals de naam van de laatste al zegt komt deze soort hier van nature niet voor. Hij is in de 19e eeuw in Nederland ingevoerd. De boom kan majestueuze vormen aannemen. Nadeel is dat de boom door z’n dichte kroon en kiemkrachtige zaailingen de neiging heeft andere soorten te verdringen. Omdat de kroon weinig licht doorlaat is er maar weinig grondbegroeiing onder een Amerikaanse Eik. Aan het begin van de vorige eeuw was nog een derde van het Heumensoord heide. Als er niet wordt ingegrepen, dan zal de heide hier totaal verdrongen worden.

 

Overigens kan het huidige bosgebied ook niet worden beschouwd als “Nederlandse” natuur. Naast het importeren van exoten, zijn in onze natuur allerlei processen uitgebannen. Zo lopen er geen (natuurlijke) grote groepen grazers meer rond. Juist deze grazers spelen een belangrijke rol. Ze zorgen ervoor dat er steeds weer stukken kaal gegraasd worden, waar planten als de heide een kans krijgen. Het is de reden waarom op vele plaatsen “kunstmatig” grazers worden geïntroduceerd. Ook grootschalige erosieprocessen krijgen in Nederland nauwelijks een kans. Bosbranden die voor vernieuwing van de natuur zorgen worden hier uiteraard zoveel mogelijk tegengegaan.

 

Het idee dat niet ingrijpen in de Nederlandse situatie leidt tot een soort van oernatuur is dus zeer discutabel. Ook niet ingrijpen is feitelijk een keuze van de mens. Voor zover de echte Nederlandse oernatuur al terug te krijgen zou zijn, is dat in het huidige Nederland ondenkbaar. Onze natuur is dermate versnipperd dat voor veel processen geen ruimte meer is. Het planten van exoten, de meststoffen die door ons toedoen in de natuur zijn gebracht en bijvoorbeeld ons waterbeheer maken elke natuur in Nederland tot “mensennatuur”.

 

Als oernatuur niet mogelijk is, komen er andere criteria in beeld waaraan een natuurgebied zou moeten voldoen: recreatieve waarde voor de mens, biodiversiteit en CO2-opslag kunnen die doelen zijn. Aan alle doelen moet binnen Nederland worden voldaan, maar alles tegelijk op één plaats is vaak niet mogelijk. In het Heumensoord leidt niet ingrijpen tot een groot uniform bos, waarin de Amerikaanse Eik nadrukkelijk aanwezig zal zijn. Goed voor de CO2-opslag, maar niet echt goed voor de biodiversiteit. (Even ter herinnering: de Verenigde Naties hebben dit jaar uitgeroepen tot het jaar van de biodiversiteit). Een flink aantal mensen vindt het bos mooi en wil het behouden. Maar steeds weer blijkt dat ook veel mensen heide mooi vinden, terwijl tevens een afwisselend landschap door veel mensen op prijs wordt gesteld.

 

Heiderijk heeft in ieder geval als doelstelling de biodiversiteit te bevorderen. Hoewel de discussie zich voortdurend focust op heide, gaat het bij Heiderijk niet om een groot heidegebied als de Ginkelse heide, de Posbank of de Kampina, maar om het creëren van kleinere (onderling verbonden) heidegebieden met de bijbehorende overgangsnatuur. Een landschap dat weer een beetje lijkt op de oernatuur, waarin grazers zorgden voor de open plekken...

 

“Het project Heiderijk zorgt ervoor dat bos afgewisseld wordt met heide en open plekken, waar licht en zon komt. Zo groeien er meer verschillende planten, bloeien er bloemen waar vlinders op afkomen en kan de zandhagedis zich opwarmen. Ook reeën voelen zich hier goed thuis. Een ree is een dier dat leeft op de overgang van dichte bossen naar open gebied. In de open gebieden vinden zij hun voedsel en rusten en schuilen doen ze in het bos.“ 

(bron: website Heiderijk)

Hieronder een referentiebeeld voor de overgangen tussen heide en bos die moeten ontstaan. 

Overigens gaat het in het totaal om een gebied van 

300 ha leefgebied voor aan heide gebonden soorten, waarvan zo’n 110 ha nu al heide gebied is (o.a. de Mookerheide).

Het totale bosgebied ten zuiden van Nijmegen bestaat uit meer dan 3000 ha. Ook liefhebbers van bos blijven hier dus ruimschoots aan hun trekken komen. Wellicht is het zelfs beter om te stellen dat, naast de bosliefhebbers, door Heiderijk ook anderen wat meer van hun gading vinden.

 

 
Comments